Sinds ik in het buitenland woon ben ik soms trotser op mijn vaderland dan de meeste Nederlanders. Ik zie van een afstand beter waar onze kracht ligt, terwijl ik onze kwaliteiten voorheen for granted nam. Vroeger fietste ik bijvoorbeeld gedachteloos over goed toegankelijke fietspaden. Nu zie ik in dat onze fiets-infrastructuur de beste ter wereld is. Fietsen in de VS is voor mij steeds weer een ingewikkeld project.

In Washington is het levensgevaarlijk om met de fiets de weg op te gaan. Automobilisten zijn totaal niet bedacht op fietsers en fietspaden zijn een zeldzaamheid. Bovendien is het hier behoorlijk heuvelachtig, dus een ritje is meestal loodzwaar. Vaak gooi ik mijn speciaal aangeschafte, vederlichte fitness bike in de auto om een lekker vlak pad op te zoeken. En hoe mooi die tochtjes langs de Potomac-rivier ook zijn, ik mis het achteloze ‘even naar de supermarkt’ fietsen.

Het fenomeen ‘in de rij staan’

Hoe groter de verschillen tussen thuisland en gastland, hoe meer je je bewust wordt van je eigen identiteit. Dan blijkt ook dat je niet altijd even trots hoeft te zijn op je Nederlanderschap. Neem het fenomeen ‘in de rij staan’. Iets waar Amerikanen heel goed in zijn, maar waar Nederlanders overwegend een grote hekel aan hebben.

Als ik in DC weer eens een kilometerslange rij zie staan, voel ik me Nederlandser dan ooit. Toen er een nieuw hip bakkertje werd geopend bij mij in de buurt, zag ik hoe bizar veel mensen in de snikhete zon geduldig op hun beurt stonden te wachten. Een Nederlander zou denken: toedeledokie, ik ben gekke Henkie niet! Voor jou tien andere bakkertjes.

Nader je als Nederlander de rij voor de kassa in de supermarkt, dan schieten je arendsogen als vanzelf naar de kortste rij. Uiteraard blijf je alert, want er zou zomaar eens een nieuwe kassa geopend kunnen worden. In dat geval duw je nonchalant, maar vliegensvlug je karretje naar de nieuwe kassajuffrouw, terwijl je charmant glimlacht naar degene achter je die – jammer maar helaas – net een seconde te laat was.

Gezellig uitje

Believe it or not, Amerikanen hebben meestal niet eens door dat er een kortere rij is. Het lijkt ze bovendien niks te kunnen schelen als ze eindeloos lang moeten wachten.

Deze zomer ging ik met een vriendin naar een meet and greet met Mayor Pete Buttigieg, die toen nog campagne voerde om presidentskandidaat te worden. Hij trad op in een school in de buurt. Parkeren in de wijk bleek lastig en toen we langs de school reden zagen we waarom: er stond een rij mensen van hier tot Tokio. Sportvelden en huizenblokken lang slingerde de rij zich voort. Mensen hadden stoeltjes, hapjes en drankjes meegenomen en maakten er een gezellig uitje van. Wij Nederlanders maakten direct rechtsomkeert, richting een zonnig terras.

Ik heb intussen ontdekt dat ik – hoewel ik toch best aardig ben – vergeleken met ‘de Amerikaan’ een onvriendelijk en ongeduldig mens ben. Als ik in Europa in de rij sta voor de skilift, dan zoek ik behendig de millimeters op waar ik mijn ski’s in kan schuiven, om zo snel mogelijk in de stoeltjeslift te kunnen stappen.

In Amerika zijn de mores anders. Iedereen houdt zich aan de regel first come first serve. Dus op de piste wacht ik zuchtend mijn beurt af tot ik kan ‘ritsen’. Een systeem van beurtelings invoegen dat wij kennen van de snelweg, maar in de VS hoofdzakelijk op verkeerskruispunten wordt toegepast. 

Fraude en kiezersonderdrukking

De laatste dagen zien we op tv de gigantisch lange rijen van kiezers die in staten als Georgia en Texas nu al hun stem kunnen uitbrengen. Sommigen stonden wel tien uur in de rij.

Dat de rijen zo lang zijn heeft niet alleen te maken met corona en de afstand die mensen tot elkaar moeten bewaren. De belangstelling voor de presidentsverkiezingen in dit Trump-tijdperk is groter dan ooit. Gingen er in 2016 139 miljoen Amerikanen naar de stembus, nu zullen er naar verwachting meer dan 150 miljoen mensen gaan stemmen.

Veel mensen durven daarnaast niet per post te stemmen. Ze zijn bang dat hun stem dan verloren gaat. President Trump waarschuwt namelijk herhaaldelijk voor fraude met poststemmen, hoewel voor die vrees heel weinig hard bewijs is.

De lange rijen zijn deels ook het gevolg van kiezersonderdrukking. Het stemmen wordt mensen soms expres extra lastig gemaakt, doordat stembureau’s worden gesloten, waardoor mensen niet alleen in minder stemlokalen terecht kunnen, maar ook lang moeten reizen om hun stem uit te kunnen brengen. In sommige wijken moet je je verplicht identificeren met een rijbewijs. Veel arme, vaak zwarte mensen kunnen dat niet. Het zijn maar een paar voorbeelden van de vele barrières die worden opgeworpen om politieke tegenstanders te ontmoedigen om te gaan stemmen.

Wachtrij-woede

Er is dus voldoende reden om je boos te maken in de rij. Toch blijven Amerikanen de vriendelijkheid zelve. Hoe is dat mogelijk?

Wachtrijen zijn de belichaming van procedureel egalitarisme, zegt Dick Larson. Deze professor is gespecialiseerd in het ‘in de rij staan’. Hij beschrijft onder andere het fenomeen queue rage, oftewel wachtrij-woede. Die woede kan bijvoorbeeld ontstaan in noodsituaties, zoals bij het uitdelen van voedselpakketten. Of als mensen vinden dat het er niet eerlijk aan toe gaat, bijvoorbeeld als iemand bij de snelkassa te veel producten in z’n winkelwagentje heeft liggen.

Over de kiezersrijen heeft de professor de volgende theorie: wie het eerst arriveert is het eerst aan de beurt. Daarbij is iedereen gelijk, wat voor kleur of gender je ook hebt. Dat schept een gevoel van gelijkwaardigheid en waarschijnlijk is dat de reden waarom Amerikanen het meestal niet erg vinden om in de rij te staan, beredeneert Larson.

Hoe het ook zij, het geduld en het uithoudingsvermogen van Amerikanen is uitermate bewonderenswaardig. Laten we hopen dat we dit soort ‘Amerikaanse toestanden’ met urenlange wachtrijen voor de stembureau’s in Nederland nooit zullen meemaken. Ik vrees dat de verkiezingsopkomst dan een stuk lager zou uitvallen.

Sandy Verhoeve

Sandy Verhoeve

Na veertien jaar bij de NOS gewerkt te hebben als eindredacteur internet en tv-redacteur op de buitenlandredactie, werd het tijd om zelf naar het buitenland te vertrekken. Sandy Verhoeve woonde vier jaar in Wenen, Oostenrijk en sinds september 2018 woont ze in Washington DC. Daar werkt ze als freelance multimedia-journalist voor verschillende opdrachtgevers.

One thought on “Waarom Amerikanen geen last hebben van wachtrij-woede

  1. Scherpe analyse, maar ook in andere landen kent en begrijpt men het Nederlandse ongeduld niet ( bijv. Engeland, Duitsland )

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Close
%d bloggers liken dit: